Een fris en elegant visgerecht met gebakken zeebaars, warme antiboise, venkel in twee bereidingen en krokante krieltjes met citroen en tijm.
Chef-tip: Houd de antiboise fris en lauwwarm; laat de tomaat niet tot een saus kapot koken. Zo blijven de smaken en structuren helder.
Kook de krieltjes beetgaar, laat goed uitdampen en halveer. Bak ze in olijfolie goudbruin en krokant. Breng op smaak met tijm, citroenrasp en zout.
Snijd één venkel in parten en grill of bak deze goudbruin met nog wat beet. Schaaf de andere venkel flinterdun en maak vlak voor het serveren aan met olijfolie, citroensap en zout.
Ontvel en ontpit de tomaten en snijd het vruchtvlees in kleine blokjes. Fruit sjalot en knoflook kort zonder te kleuren. Voeg tomaat, kappertjes en zwarte olijven toe en verwarm kort. Maak af met extra vierge olijfolie, citroensap, basilicum, zout en peper. Houd lauwwarm.
Dep de zeebaars goed droog en zout vlak voor het bakken. Bak op de huidzijde in een hete pan met olijfolie tot de huid goudbruin en krokant is. Draai kort om en gaar de vis net door.
Leg de gegrilde venkel op het bord en plaats de zeebaars erop. Lepel de warme antiboise over en naast de vis. Werk af met rauw geschaafde venkel en lichte citroenrasp. Leg de krokante krieltjes strak ernaast of deels tegen de venkel.
Chef-tip: Houd de antiboise fris en lauwwarm. Laat de tomaat niet tot saus kapot koken, zodat de smaken en structuren helder blijven.